Update wijzigingen in protocollen

Hieronder weer een update van wijzigingen in de protocollen.

Wondzorg / compressietherapie

Op dit moment is er in Nederland geen consensus over de wijze van polsteren. Het polsteren is verwijderd uit de protocollen over zwachtelen. Het wordt aangeraden af te gaan op het advies van de behandelaar.

Nier- en blaaskatheterisatie

Je hoeft niet meer standaard het aansluitpunt van de urineopvangzak te desinfecteren:

Voorkom bij aansluiten van een urineopvangzak aan de katheter, dat het aansluitpunt van de urnineopvangzak in aanraking komt met de omgeving. Als dat wel gebeurt moet het aansluitpunt gedesinfecteerd worden met alcohol 70%. Desinfectie van het aansluitpunt hoeft dus niet meer standaard te gebeuren. Dit punt is in alle betreffende protocollen aangepast.

 

Aansluiten/afsluiten continue blaasspoeling via driewegverblijfskatheter:

Standaard desinfectie van het instroomlumen is verwijderd uit de protocollen: er wordt maar een klein deel gedesinfecteerd, en je houdt het systeem extra lang open als je het laat drogen.

 

Klem de katheter liever niet af met een kocher. Knijp de katheter dicht bij het aansluitpunt voor de urineopvangzak of maak een knik. Mocht een kocher wel nodig zijn, zorg dan dat je het ballonvulkanaal niet afklemt. Dit punt is in alle betreffende protocollen aangepast.

 

Bij katheteriseren man: Houd de penis tijdens het inbrengen van de katheter loodrecht omhoog. Breng de katheter in. Toegevoegd op basis van feedback uit de praktijk: als je weerstand voelt, buig de penis naar voren (richting de voeten).

Bloeddruk meten

Bloeddruk meten. Dit protocol was aangepast aan de werkwijze in het NHG protocol: oppompen manchet tot 200 mmHg (eventueel naar 250 mmHg wanneer dan nog vaattonen hoorbaar). Dit in plaats van oppompen manchet totdat de pols niet meer voelbaar is en dan nog 30 mmHg extra bijpompen. Het protocol beschrijft nu beide manieren van oppompen van het manchet. Dit naar aanleiding van feedback uit de praktijk dat oppompen tot 200 mmHg niet voor elke client draagbaar is.

Inhaleren (incl. vernevelen)

Het volgende is toegevoegd in het protocol ‘Inhaleren met poederinhalator Cyclohaler, Diskus, Easyhaler, Ellipta, Elpenhaler, Forspiro, Podhaler, Turbospin’:

Wanneer een inhalatiecapsule na herhaalde inhalatie nog steeds niet is aangeprikt, gebruik dan de reserve Podhaler.

 

Het protocol ‘Inhaleren met dosisaerosol met voorzetkamer’ is ook geschikt voor de Vortex.

 

Bij ‘Inhalatoren gebruiksklaar maken’ is Zonda toegevoegd aan de categorie ‘Inhaleren met poederinhalator Handihaler, ….., Twincer’.

 

In de achtergrondinformatie ‘Inhaleren’ bij algemene aandachtspunten is bij ‘Aandachtspunten poederinhalator’ toegevoegd dat deze niet in een vochtige ruimte (zoals badkamer) moeten worden bewaard.

 

In de achtergrondinformatie ‘Voorzetkamers’ is toegevoegd dat de klep voorkomt dat inhalatiemedicatie naar buiten stroomt zonder inspiratie.

 

In het protocol ‘Inhaleren met dosisaerosol met voorzetkamer’ is bij complicaties aangepast dat de ventielen niet klepperen. De ventielen moeten juist hoorbaar ‘klepperen’. Tevens is aangepast dat er bij een nieuw spuitbusje 3 doses weggespoten moeten worden in plaats van 2. Ook is aangepast dat de cliënt eerst goed uitademt en dan pas met de lippen het mondstuk omsluit. En tot slot is toegevoegd dat bij meerdere inhalaties van hetzelfde medicijn geen minuut gewacht hoeft te worden tussen de inhalaties.

Sondevoeding

Er zijn regionale verschillen van mening zijn over óf en zo ja, hoe vaak, gedompeld moet worden. Je dient daarom na te gaan wat de afspraken zijn. Dit is toegevoegd aan het protocol ‘Verzorgen sonde door buikwand’.

 

Het volgende is gewijzigd in het protocol ‘Neusmaagsonde inbrengen’: klem na het opzuigen van maagsap de sonde af. Anders bestaat de kans dat er maagsap uit de sonde loopt terwijl je de pH-waarde aan het bepalen bent.

 

Het volgende is aangepast in de achtergrondinformatie ‘Onderhoud en vervangen van sonde, toedieningssysteem en spuit’:

In 2015 is een internationale ISO-standaard ontwikkeld voor sondevoedingssystemen: ENFit. Dit betekent dat alle verbindingen in een sondevoedingssysteem wereldwijd gestandaardiseerd zijn. Het is niet mogelijk deze op andere systemen (infusie, zuurstof) aan te sluiten.

 

In de praktijk blijkt dat in de groeven en randjes van de ENFit-aansluitingen vuil en sondevoeding achter kan blijven. Dit kan een gevaar voor de gezondheid opleveren.

Reinig de ENFit-voedingsaansluiting en het dopje dagelijks, bij het wisselen van het systeem. Verwijder de extensionset, spoel 1 minuut door met stromend kraanwater. Maak voedingspoort en dopje schoon met een draaiende beweging met een schone tandenborstel. Spoel na met een spuitje met kraanwater. Droog na met een gaasje.

Zuurstof toedienen

Er is meer achtergrondinformatie toegevoegd en achtergrondinformatie is geupdate.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *