Informatie | Palliatieve sedatie

Doelgroep en niveau: niveau 3IG en hoger
Tijden praktijk: 13.00 – 17.00 uur
Studieduur: Korte opdracht vooraf (digitaal)
Groepsgrootte: maximaal 10 deelnemers (wegens interactieve karakter van de scholing minimaal 4 deelnemers)
Investering: € 125,00 vrijgesteld van BTW
Accreditatiepunten Kwaliteitsregister: 4 accreditatiepunten

Programma:

  • Wat is palliatieve sedatie en welke misverstanden zijn er bijvoorbeeld t.a.v. continu en diep sederen versus euthanasie en t.a.v. dormicum versus morfine;
  • Wettelijke kaders;
  • Multidisciplinaire aanpak, samenwerking met de arts en artsenprotocol;
  • Richtlijn Palliatieve sedatie (KNMG);
  • Indicatie en refractaire symptomen;
  • Continu versus intermitterend sederen;
  • Subcutaan versus intraveneuze toediening;
  • Sedatiescore (diepte van sedatie);
  • Observeren, signaleren, rapporteren en evalueren;
  • Uitvoering van de sedatie volgens protocol en stappenplan;
  • Medisch rekenen t.a.v. palliatieve sedatie;
  • Aandachtspunten en complicaties;
  • Wat kan er fout gaan met een pomp;
  • Zetten subcutane naald / vlindernaald.

Hoe werken wij?

Voorafgaand aan deze bijscholing maak je een korte opdracht door digitaal enkele vragen te beantwoorden. Deze antwoorden neemt de trainer mee in de voorbereidingen. De praktijk wordt verzorgd door een ervaren verpleegkundige en trainer. We werken graag in een informele sfeer. Zorg voor leren hanteert over het algemeen de stelregel dat alle bijscholingen altijd doorgaan. Bijvoorbeeld als er voor een BHV training 1 of 2 deelnemers zijn, dan gaat de training gewoon door. Bij deze bijscholing hanteren we een minimum van 4 deelnemers, omdat het delen van ervaringen een belangrijk onderdeel is van het programma.

Leerdoelen

Na afloop van de scholing:

  • Weten de deelnemers wat palliatieve sedatie is en welke misverstanden er zijn bijvoorbeeld t.a.v. continu en diep sederen versus euthenasie en t.a.v. dormicum versus morfine;
  • Kennen de deelnemers het verschil tussen continu en intermitterend sederen;
  • Kennen de deelnemers de wettelijke kaders rondom palliatieve sedatie;
  • Zijn de deelnemers bekend met de multidisciplinaire aanpak, samenwerking met de arts en artsenprotocol;
  • Kennen de deelnemers de Richtlijn Palliatieve sedatie (KNMG);
  • Weten de deelnemers wanneer palliatieve sedatie geindiceerd kan worden en wat refractaire symptomen zijn;
  • Weten de deelnemers wat de sedatiescore (diepte van sedatie) is;
  • Kunnen de deelnemers observeren, signaleren, rapporteren en evalueren t.a.v. palliatieve sedatie;
  • Kunnen de deelnemers de sedatie volgens protocol en stappenplan uitvoeren;
  • Kennen de deelnemers het verschil tussen subcutane en intraveneuze toediening;
  • Kunnen de deelnemers medisch rekenen t.a.v. palliatieve sedatie;
  • Kennen de deelnemers de aandachtspunten en complicaties bij palliatieve sedatie;
  • Weten de deelnemers wat er fout kan gaan met een pomp;
  • Hebben de deelnemers het gebruik van een pomp gezien via een instructiefilm;
  • Kunnen de deelnemers een subcutane naald / vlindernaald zetten.

Inschrijven

Inschrijven voor deze bijscholing kan HIER.

Bewaren