Haptonomie en weerstand bij dementie

Inga Mol

Inga Mol

Haptonomie en weerstand bij dementie

Door: Inga Mol

De taal en dementie

Bij bewoners of cliënten met dementie is de gesproken taal meestal niet meer een betrouwbaar communicatiemiddel. De bewoner begrijpt de woorden niet of reageert niet op woorden.

De taal van het lichaam, via aanraking en beweging, wordt bij de verzorging van mensen met dementie heel erg belangrijk. Het is de primaire taal van mensen. En voor zorgverleners is het kunnen spreken en verstaan van deze taal van groot belang om toegang te krijgen tot hun bewoners en om weerstand te voorkomen.

Die taal zit in jouw eigen wijze van aanraken en bewegen van en met de bewoner. Daarmee kun je leren spreken. Je kunt leren hoe je fysiek een boodschap kunt overdragen. Met je aanraking kun je ook voelend leren luisteren. Heel veel zorgverleners gebruiken dit maar nog niet altijd bewust.

Voorkomen van weerstand bij bewoners met dementie

Haptonomie betekent tastend en voelend. Bij mensen met dementie kun je vaak zien dat zij meer naar binnen gericht zijn en de naderende hulpverlener niet aan voelen komen. Hierdoor kan schrik ontstaan wanneer je daar niet op hebt gelet. Na het naderen van de bewoner is het belangrijk dat je zelf weet wat je vraagt. Als je de bewoner bijvoorbeeld wilt laten opstaan, dan moet je weten hoe die beweging in elkaar zit. Anders doet de handeling pijn en begrijpt de bewoner niet wat jou bedoeling is. Pijn en onbegrip leiden tot weerstand en mogelijk tot agressie. Ook van grote invloed is hoe je de ander aanraakt zodat er geen angst ontstaat. Als gevolg van angst kunnen mensen met dementie reageren met vechten, vluchten of bevriezen. Deze drie angstreacties zijn waarneembaar in het lichaam als het samenballen van spieren, het verslappen van spieren en het verstarren van spieren. Een open aanraking (zonder gebruik van duimen) roept dit gevoel en deze spierreacties meestal niet op. Bij een open aanraking nodig je de bewoner met dementie uit tot zelf bewegen.

Haptonomie en weerstand bij dementieBewegen met een bewoner met dementie

Niet alleen de aanraking is taal, ook de manier waarop je met de bewoner beweegt. Het gebruik van armkracht (waarbij jij stil blijft staan) roept het gevoel op geduwd of getrokken te worden. Dit kan weerstand oproepen bij de bewoner en voor jou wordt het werk zwaarder en gevaarlijker. Wanneer je echter leert om bewegingen te vragen door zelf te bewegen, dan ervaart de bewoner dat als een uitnodiging om zelf zijn spieren aan te spannen. Je vraagt een beweging niet door te duwen maar door zelf de gewenste beweging te maken. Als de bewoner totaal niet reageert op een beweging van jou, dan zoek je een verplaatsingstechniek waarbij je je eigen gewicht gaat gebruiken of is het tijd om hulpmiddelen te gaan gebruiken. Met of zonder hulpmiddelen, het blijft altijd belangrijk om te letten op het bewegingstempo van de bewoner. Ook hiermee kun je heel veel angst en weerstand voorkomen.

Haptonomisch werken leer je vooral in de praktijk, door zelf te gaan voelen. Bovenstaande uitgangspunten kunnen je hierbij helpen. Veel succes!

Wil je meer weten? Inga Mol verzorgt ook trainingen. Lees meer over de training ‘Haptonomie en het voorkomen van weerstand bij dementie’ of ga direct naar de bijscholingsagenda.


 

Deel deze informatie
Email this to someoneShare on FacebookShare on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Google+Pin on Pinterest
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *